Clos Genet – een wijngaard door de tijd 
Een stille getuige van Santenay, van 1839 tot vandaag

 
 
Voorwoord 
 
Wijn is voor mij nooit alleen maar een drank geweest. Het is een spoor. Een herinnering. Een stukje aarde dat door mensenlevens heen reist. En ergens in de Bourgogne, in een dorpje dat vaak niet de grootste woorden krijgt maar wél de grootste rust uitstraalt, ligt een wijngaard die al die dingen voor mij samenbracht: Clos Genet. 
 
Ik heb dit kleine boekje niet geschreven als historicus, maar als iemand die houdt van wijn, van plekken en vooral van verhalen. Tijdens mijn zoektocht heb ik geprobeerd niet te oordelen, niets groter te maken dan het is, maar gewoon te kijken. Alsof ik daar stond, aan de rand van Santenay, met zicht op de wijngaard, en de tijd zag voorbijgaan. 
 
Wat er uiteindelijk ontstond, is geen droge opsomming van feiten, maar een wandeling door bijna twee eeuwen wijnleven. Van oude kaarten tot krantenartikelen, van fraude tot wetgeving, van oorlogsjaren tot kleine menselijke details. Clos Genet liep steeds met mij mee. Soms op de voorgrond, soms stil op de achtergrond. Maar altijd aanwezig. 
 
Ik heb dit onderzoek gemaakt uit respect. Voor de mensen die hier gewerkt hebben. Voor de generaties die zorgden voor dit land. Voor de schoonheid van wijn die níét schreeuwt om aandacht, maar gewoon geduldig blijft bestaan. 
 
Als je dit leest, hoop ik dat je hetzelfde mag voelen als ik: 
dat wijn veel meer is dan wat er in een glas zit. 
Dat elke fles een verhaal draagt. 
En dat sommige plekken, hoe klein ook, groot worden in betekenis 
wanneer je de tijd neemt om te luisteren. 
 
Dankjewel om samen met mij stil te staan in Santenay. 
 
 
 
 
Hoofdstuk 1: De kaart wordt getekend 
 
Stel je voor: we staan aan de rand van het dorpje Santenay, op de overgang van de oude weg naar de wijnstokken. We kijken naar Clos Genet, en bewegen niet. Alleen de wereld om ons heen verandert. 
 
Om helemaal te begrijpen waar we staan is het belangrijk om even rond ons te kijken naar Santenay, dat voor het eerst verschijnt eind 13e eeuw in het Martyrologium van Notre-Dame Beaune, onder de naam Santhenay, Santenay. Deze benamingen volgden op de Latijnse benamingen Sentennacum, Sentenneum en Santenayum die voorkomen in de jaren 858 & 1226, evenals Sentenae en Sentilliacum, die Courtepée vermeldt zonder bronvermelding of datering. 
 
Santenay is het eerste wijngaarddorp dat je tegenkomt in de Côte-d’Or als je vanuit het zuiden komt, op 18 kilometer van Beaune. 
 
Ik neem de vrijheid om M.H. Delonguy, toenmalig mede-eigenaar van Clos Genet, te citeren over zijn geboortestreek: 
 
“Onder de rijke en dichtbevolkte dorpen die trapsgewijs langs de flank van deze bergketen liggen, welke haar benaming Côte-d’Or dankt aan de waarde van haar wijnbouwproducten, behoort Santenay, zonder tegenspraak, tot de dorpen die door de natuur het meest royaal met haar gaven zijn begunstigd. 
Een mooie rivier, de Dheune, bevloeit haar weiden; bossen bekronen haar wijngaarden; uit de flanken van haar hoogten ontspringen overvloedige en heldere wateren. Alles wat men van het platteland kan verlangen, bossen, weiden, bronnen, bezit Santenay verenigd binnen haar territoriale grenzen.” 
 
Kortom: we staan op een prachtplek waar de geschiedenis te voelen is en waar wijn maken in het bloed zit. 
 
We beginnen deze reis ver na het ontstaan van deze wijngaard en ver na de naamgeving. Waar ik helaas geen sluitende zekerheid over kon vinden: volksverhalen luiden dat de naam Genet afkomt van een familie en dus niet naar de plant. Ik neem dit dus met plezier aan, maar in mijn onderzoek ben ik niet op enig bewijs van een eigenaar met de naam Genet gestoten. 
 
Waar ik ook geen sluitend bewijs van heb is of de Clos ooit echt volledig ommuurd was. Wel heb ik ter plaatse restanten van muren gevonden, wat er wel degelijk op wijst dat de naam Clos daadwerkelijk afkomt van het principe “ommuurd” en dus historisch ooit deels of volledig ommuurd moet geweest zijn. 
 
Wat ik wel vond, waren eigenaarslijsten uit het Napoleonistisch kadaster, wat aantoont dat het verdeeld was over circa 30 verschillende families, waarvan sommigen vaak slechts enkele ares in hun bezit hadden. Dit had alles te maken met erfenissen en is volledig gangbaar in de rest van de Bourgogne, waar we tot op de dag van vandaag nog steeds meerdere eigenaren per wijngaard zien. 
 
De wijngaard bestond in 1839 uit ongeveer 12,42 ha. Het huidige Clos Genet bedraagt 8,23 ha. Hoe dit gekomen is, daar kom ik later op terug. Ik vond ook prachtige kaarten van het Napoleonistisch kadaster die het toenmalige Clos Genet lieten zien, en waar we vandaag de dag nog steeds Clos Genet in kunnen herkennen. 
 
De belangrijkste eigenaren in die tijd waren families zoals Delonguy, Massin, Rouhette-Morey en graaf de Drée. Ook de burgemeesters van die tijd waren eigenaar de wijngaard. 
 
De kans dat iedereen van zijn paar ranken ook echt wijn maakte is zeer klein. Het is gebruikelijk dat wijnmakers de opbrengst kochten of bepaalde rijen huurden. 
 
Het mooiste aan deze bevindingen is dus dat Clos Genet al in 1839 de kwaliteitsstatus had om vermeld te worden als een specifiek climat in Santenay. 
 
In Les Grands Vins de Bourgogne (1892) van René Danguy wordt Clos Genet vermeld als Dénomination Locale en geclassificeerd als deuxième cuvée. Dit bevestigt dat Clos Genet eind 19e eeuw administratief en kwalitatief erkend was. 
 
 
 
Hoofdstuk 2: Wijn, Land, Leven en Handel 
 
In dit hoofdstuk ga ik dieper in op hoe wijn werd verhandeld en bekeken aan het einde van de 19e eeuw. Uit verschillende uitgaven van L’Avenir Commercial, organe mensuel, cours et renseignements spéciaux sur la production des Vins, Spiritueux et Grains (mijn excuses maar ik wou je de volledige naam niet ontnemen) van 1874 tot 1881, zien we dat wijnhandel een serieuze omzetmachine was, waar cashflow al een enorm begrip was. Met betalingstermijnen van 60 dagen, tot zelfs 90 in 1881. 
 
Wijn werd per spoor vervoerd, vooral per vat en soms zelfs in grote orders als volledige wagons. Of de wijn dan ook gewoon los de wagon in gegooid werd, dat laat ik even aan je eigen verbeelding over. Ik zie het eerder zoals we nu palletkorting kennen: toen bestond er vast “wagonkorting”. 
 
Dat het een grote markt was, wordt bewezen door het feit dat er fraude werd gepleegd waarbij wijn werd verkocht onder bijvoorbeeld de naam Bourgogne, maar feitelijk gewoon massaproductie van lage kwaliteit uit zuidelijkere streken was. Of in sommige gevallen zelfs import van extreem goedkope wijn uit Spanje en Italië, die dan op zijn beurt geblend werd met Franse wijn om toch maar volume op te schalen en meer geld te verdienen. In zeer extreme gevallen werd er zelfs gips aan de wijn toegevoegd om een betere textuur te krijgen. 
 
In dat vakblad met die veel te lange naam zien we ook de prijzen van die tijd per hectoliter (100 liter): 
 
Gewone “vins ordinaire”: 30–40 frank 
Betere regionale wijnen: 50–80 frank 
Bourgognes met reputatie: vanaf ca. 120 frank en hoger 
 
En jawel: de wijnen van Clos Genet vielen in de categorie tussen de 80 en 120 frank per hectoliter. Dat kunnen we afleiden aan de hand van de bronnen rond die tijd, met name de beschrijving als tweede cuvée in het werk van Danguy. 
 
Om even te kaderen wat deze bedragen betekenden: in de Bourgogne verdiende een gewone arbeider ongeveer 3–4 frank per dag. En als je dus omrekent dat een flesje Clos Genet zo’n 0,60 tot 0,90 frank kostte, kunnen we dus stellen dat deze wijn niet super exclusief was, maar duidelijk een stap boven de dagelijkse dorstlesser, die zo’n 0,22 frank moet geweest zijn per fles. 
 
Als we dan even kijken naar de wijnprijzen van vandaag, zien we nog steeds diezelfde reflectie. Zeker niet de goedkoopste, maar ook alles behalve de duurste wijn die er is. 
 
 
Hoofdstuk 3: Het moet maar eens klaar zijn met die wijnfraude! 
 
Zoals ik in het vorige hoofdstuk heb besproken, was er een groot probleem met wijnfraude. Dat begon de Fransen lichtelijk te irriteren en zette een beweging op gang om dit te stoppen. Deze beweging zag ik op gang komen in L’Avenir Commercial, waar alsmaar vaker vermeld werd dat sommige wijnen blends waren en hier veel meer aandacht aan werd gegeven. 
 
Aan het begin van de 20e eeuw kwam La Grande Revue des Vins & Alcools uit op 15/12/1925. Hier zie je eigenlijk de echte opstand, waar er echte reflectie op kwaliteit was, men echt richting de techniciteit van wijnen ging kijken, met enorme nadruk op streekidentiteit en reputatie. 
 
Maar dit werk berustte nog op geen enkele juridische basis. 
 
Maar laat daar nu eens snel verandering in komen, want in 1937 sloten de mazen van het net zich met het Congrès International de Viticulture. Ik kon het verslag van dit congres inkijken en dit is waar de Franse wijnwereld een omslag kende die we tot op vandaag zichtbaar zien. 
 
Ooit al eens van de AOC-wet gehoord? Wel, hier gebeurde het. Dit congres is de basis van alles waar we de kwaliteit en “zekerheid” door hebben verkregen die we vandaag kennen. 
 
Alle wijngaarden werden juridisch afgemeten en grenzen werden vastgelegd, net als werkwijzen. Kortom: kwaliteit kwam met regels, met het oogmerk om terroirs, traditie en namen te beschermen. Vanaf dat moment is de naam Santenay Clos Genet op de fles ook echt beschermd. En mag die dus nergens anders vandaan komen of aangelengd worden met druiven van andere gebieden. 
 
In de jaren daarna volgt vooral verfijning van dit systeem. Zo worden grenzen strak gesteld en kwaliteitswijnen onderscheiden door historische reputatie. Maar dit is een voorbode voor wat komen gaat. 
 
Clos Genet was, zoals ik in hoofdstuk 1 aanhaalde, een stuk groter dan nu, en dat kan verschillende redenen hebben. Er kwam een opsplitsing: de bovenste punt van het climat werd omgedoopt tot een zelfstandig climat, namelijk La Cassière
 
Over de reden dat dit gebeurde heb ik geen harde feiten gevonden, maar na kaartonderzoek zie ik hetzelfde patroon overal in de Bourgogne, en ook meermaals in Santenay. 
Wat opvalt is dat grote climats soms stukken “verliezen” of “afwerpen”. Dit heeft te maken met de wetgeving die kwaliteit ging beoordelen. Sommige climats bestonden toen nog uit delen die sterk konden verschillen in ondergrond, hellingsgraad of blootstelling aan wind en zon. Dat zorgde ervoor dat de wijn aan de ene kant van het climat duidelijk beter kon zijn dan aan de andere kant. 
 
We zien dit bijvoorbeeld bij Beauregard, aan de andere kant van het dorp. Sinds 1839 is dit perceel meerdere keren opgesplitst en hier wordt het heel duidelijk waarom. Vandaag zijn er stukken die premier cru zijn en andere die dat niet zijn. Dat kan niet binnen één wijngaard, je bent het of je bent het niet. Dus delen die minder kans maakten werden afgesplitst en kregen een andere naam, zodat het grotere geheel erkend kon blijven. Tegelijkertijd kregen sommige afgesplitste stukken later alsnog erkenning. 
 
We hebben het er nu al over gehad, de premier crus. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom La Cassière loskwam van Clos Genet. Op de huidige kaarten zie je dat La Cassière tegen de premier-cru-zone van Santenay aanleunt. En als je er zelf staat merk je het ook: vanaf dat al sinds 1839 bestaande weggetje wordt de helling steiler. Dat vergroot de kans op premier-cru-klassering aanzienlijk ten opzichte van het huidige Clos Genet. 
La Cassière moest dus loskomen van het grotere geheel om kans te maken. Uiteindelijk heeft het die status niet gehaald, maar vandaag worden beide wijnen inhoudelijk ongeveer op hetzelfde niveau geplaatst, al proef je wél verschil in stijl. 
 
Ik wil wel benadrukken dat er ook een andere mogelijkheid bestaat: dat de verschillen binnen het climat simpelweg te groot waren, los van de latere cru-status. 
Geen duidelijke zekerheden dus, maar wel een gedurfde aanname van mezelf, gebaseerd op het best mogelijke onderzoek en de tijdsgeest van toen. 
 
Nu we hier aangekomen zijn, zitten we op een kennisniveau dat de verbeelding overstijgt. We zijn van pure traditie proberen te documenteren in 1839, tot 1937 waar er strikte regelgeving is. 
 
Onderweg is ons uitzicht op Clos Genet vaak veranderd van wonderjaren tot diepe rauw. Dit bespreek ik in het volgende hoofdstuk. 
 
 
Hoofdstuk 4: Niet altijd rozengeur en maneschijn 
 
We zijn aangekomen bij ons laatste hoofdstuk. Ik heb er bewust voor gekozen om dit op het laatste te doen en niet extreem uitgebreid te bespreken, onder het motto “geen oude koeien uit de gracht halen”. 
 
Maar ik kan ook niet doen alsof mijn neus bloed, dus hier gaan we. 
 
Ik ben tijdens mijn onderzoek vaak onbewust op historische gebeurtenissen gebotst. 
 
Zo kwam ik Galignani’s Messenger tegen, een Engelstalige krant die in 1851 verslag deed over de waterramp in Santenay en andere dorpen in de buurt. Men beschreef dat de hagel zo dik op de hellingen lag dat het leek alsof er sneeuw op lag. De bovenlagen werden weggespoeld tot op de rotsachtige ondergronden en kelders liepen onder, waarbij een vermelding gemaakt werd dat meer dan 100 vaten brandwijn werden vernietigd. Kortom: niets waar je vrolijk van wordt. 
 
Dan zijn er ook nog de nodige schimmels die oogsten vernielden, maar één van de grootste boosdoeners van de algehele Europese wijnmaker is toch wel… 
 
Phylloxera! 
Zeer goed geraden. 
 
Phylloxera, alias de druifluis, was een nachtmerrie voor zowat alle producenten en sloeg Clos Genet zeker niet over. De crisis begon in de Bourgogne tussen 1878 en 1880
 
We zien in ons vakblad met de veel te lange naam dan ook de prijzen flink stijgen omdat de opbrengst sterk krimpt. Dit is ook het moment waarop de meeste Europese wijnstokken met een Amerikaans accent beginnen te spreken. 
 
We hebben de wijnfraude al besproken en toen dit allemaal stilaan verholpen werd, kwamen de volgende tegenslagen. 
 
WO I & WO II 
 
In de eerste wereldoorlog vertrokken veel wijnmakers en arbeiders naar het front, wat resulteerde in verwilderde wijngaarden en magere oogsten. 
 
In de tweede wereldoorlog ging de wijnmakerij meer door dan tijdens de eerste. Dit was omdat wijnen werden gevorderd door de Duitsers en omdat wijn deel uitmaakte van de basis voedingsmiddelen die onder het rantsoen vielen. Zo vond ik zelf na de oorlog nog in een krant van 1946 dat wijn bewust werd gerantsoeneerd zodat iedereen er zou hebben. 
 
 
De beperking was 2 flessen per maand per persoon
Ik hoor je denken: dat valt nog mee. 
Ik herhaal mijn zin. 
Ik hoor je denken… 
 
WAT! Maar 2 flessen per maand!? 
 
Dit is het dan. 
 
In de tijd na de oorlogen zijn er natuurlijk nog slechte jaren en natuurrampen geweest, maar die zijn vaak beter gedocumenteerd. En als je daar zin in hebt, dan laat ik je nu los en kan je wegkijken van Clos Genet. 
 
Het is een prachtige ervaring geweest om in de historie van een relatief onbekend stukje land in een vaak ondergewaardeerd dorpje als Santenay te duiken. Maar hier ligt mijn hart voor wijn. Dit stukje land weerspiegelt exact wat wijn is als je het mij vraagt. Niet de grootste marketing, niet de grootste naam en niet de allerhoogste classificatie, maar door consistent vakmanschap en traditie door de mensen die ooit eigenaar waren van Clos Genet of ooit wijn maakten van die druiven, kon ik in 2025 dit onderzoek doen en heb ik verhalen mogen lezen die ik nooit meer vergeet. 
 
Zo heb ik in notariële akten gelezen hoe monniken de stenen bestelden voor het witte kruis in Clos de Vougeot in 1685… Maar dat is voor een volgende keer. 
 
Bronnen en dank 
 
Dit onderzoek is gemaakt door met veel geduld en plezier in oude archieven, kranten, boeken en kaarten te duiken. Een belangrijk vertrekpunt waren de kadastrale kaarten uit 1839 (het Napoleontisch kadaster), waarop de toenmalige grenzen en eigendommen van Clos Genet zo prachtig zichtbaar zijn. 
Deze documenten kon ik onder andere raadplegen via het archief van de Côte-d’Or (Archives départementales de la Côte-d’Or), waarvoor mijn oprechte dank. 
 
Daarnaast heb ik dankbaar gebruikgemaakt van historische werken zoals 
“Les Grands Vins de Bourgogne” (1892) van René Danguy, waarin Clos Genet al een plaats krijgt als erkende wijngaard van niveau. Ook La Grande Revue des Vins & Alcools (1925) gaf inzicht in de denkwereld en kwaliteitsbespreking van die tijd, nog vóór de officiële regelgeving. 
 
Voor de handel, prijzen en tijdsgeest tussen 1874 en 1881 vormden meerdere jaargangen van L’Avenir Commercial een onschatbare bron. Hierin werd de wijnmarkt, inclusief prijzen per hectoliter en zelfs betalingstermijnen, nauwkeurig gevolgd. 
 
De ingrijpende veranderingen rond 1935 en de geboorte van het AOC-systeem konden worden gevolgd via verslagen van het Congrès International de Viticulture, waar de eerste stevige fundamenten voor bescherming van terroir en herkomst werden gelegd. 
 
Tot slot gaf een Engelstalige krant, Galignani’s Messenger (1851), een onverwacht menselijk inzicht in de rampzalige hagelstormen en overstromingen die ook Santenay troffen. 
 
Veel van deze documenten werden digitaal geraadpleegd via Gallica Bibliothèque nationale de France, een prachtige bron van cultureel erfgoed die geschiedenis weer tot leven wekt. 
 
Ik heb mijn best gedaan om zorgvuldig en met respect naar deze bronnen te kijken, maar bovenal met verwondering en liefde voor de Bourgogne en voor dat kleine stukje wijngaard dat Clos Genet heet.