Van Santenay tot Beaune, onze trip

1.

Het begon allemaal met een eenvoudig idee. We wilden er even tussenuit, een lang weekend weg met vrienden. De vraag was alleen waarheen. Al snel viel ons oog op de Bourgogne. Dichtbij genoeg om met de auto te bereiken, maar ver genoeg om een andere wereld binnen te stappen. Een wereld waar wijn geen product is maar een passie die overal voelbaar is.

Beaune doemde al snel op als de logische keuze, het kloppende hart van de Bourgogne. Maar nog iets verder, in de stilte van Santenay, vonden we wat we zochten. Een dorp met amper achthonderd inwoners, omringd door wijngaarden vol Pinot Noir en Chardonnay. Daar, tussen de heuvels, leek de tijd trager te lopen en de verhalen zich vanzelf aan te dienen. De Montagne des Trois Croix, met zijn geschiedenis en uitzicht over de hele streek, gaf de laatste duw in de rug. Het besluit was genomen: hier zou ons avontuur beginnen.

De avond voor vertrek sliep Jochem bij ons. Hij zou met ons meerijden, terwijl de beste vriendin van Jip pas later in Reims zou aansluiten. We dronken nog een laatste glas, stelden de wekker vroeg en probeerden wat te slapen. Zelf lukte dat nauwelijks. Rond twee uur ’s nachts zat ik buiten, kijkend naar de sterren en nog eens de route en planning doorlopend. Er wachtte ons zoveel moois dat de slaap ver wegbleef.

Om kwart voor vijf was het zover. De auto stond klaar, de snelwegen lagen nog stil en verlaten. De eerste uren waren rustig, het gezelschap nog wat slaperig. Alleen Jochem hield de sfeer erin. Al vanaf vier uur ’s ochtends had hij maar één wens: mimosa’s, en dan wel met échte champagne.

Toen we in Reims arriveerden, leek het alsof zijn wens op magische wijze werd vervuld. We bezochten de indrukwekkende Notre-Dame, streken daarna neer bij een kleine Franse bakker en daar gebeurde het. Ik nam een espresso en croissant, Jochem bestelde zijn mimosa en keek er zo tevreden bij dat het bijna een ritueel leek. Het eerste sprankelende moment van de reis was een feit.

Met een fles Veuve Clicquot in de kofferbak reden we verder. De snelweg voerde ons steeds dieper de Bourgogne in. De eerste borden die verwezen naar grands crus, de wijnranken die het landschap kleurden, de Franse chansons op de radio: het was alsof het land ons welkom heette.

Santenay maakte onmiddellijk indruk. We reden het dorp binnen en voelden meteen dat dit de juiste keuze was. De camping, midden tussen de druivenstokken, ademde rust. In het kleine winkeltje glansde een fles witte wijn ons tegemoet. Nog voor de eerste haring de grond in ging, toostten we.

Toen de tent eenmaal stond, trokken we het dorp in om boodschappen te doen. Maar zoals we elkaar beloofd hadden: als een zonovergoten terras ons roept, dan zeggen we geen nee. En zo zaten we even later tussen de locals, lachend, pratend, al meteen vrienden makend. Het voelde alsof we in een paar uur tijd waren opgenomen in het dorp.

Toch hield de dag daar niet op. Samen met Jochem besloot ik de Montagne des Trois Croix te beklimmen. Met een fles Chardonnay in de rugzak liepen we omhoog. Bovenop, terwijl de zon onderging en de sterren verschenen, ging de fles open. Het uitzicht, de stilte en het gezelschap maakten het een moment dat je alleen kunt koesteren. In het donker daalden we weer af, pratend over alles wat nog zou komen.

Zo eindigde de eerste dag van onze reis. Maar diep vanbinnen wisten we al dat dit geen gewone trip zou worden. Dit was het begin van een verhaal dat we nog lang zouden meedragen.

2.

De volgende ochtend werden we wakker met een goed humeur. De zon liet zich al vroeg gelden en de warmte hing als een belofte boven de tent. Eerst naar de bakker, daarna onze gehuurde fietsen ophalen en terug aan de camping genieten van een gezamenlijk ontbijt. De dag kon beginnen.

Samen met Jochem reed ik naar Château de la Crée, waar ons een rondleiding en een proeverij wachtten. We kochten iets moois, daalden voorzichtig de heuvel af om onze schat veilig te stellen, en zetten daarna koers richting Beaune. Of dat was toch het plan. In werkelijkheid besloten we de route van de grands crus te fietsen, een keuze die ons zowel betoverde als uitputte.

Langs Chassagne-Montrachet stonden we stil, letterlijk naast de druivenstokken waar enkele van de beroemdste witte wijnen ter wereld geboren worden. Geen druppel wijn te zien, en toch hing de lucht zwaar van geschiedenis en kracht. Als je me vandaag zou vragen of ik liever een grote fles van dit terroir zou openen of nog eens daar zou staan, zou ik zonder aarzelen terugkeren naar dat veld. Het landschap sprak harder dan de wijn ooit kon.

We trapten verder, langs Puligny-Montrachet, en de streek bleef ons overstelpen met haar onmiskenbare karakter. Wijn, wijn en nog eens wijn. In de verte zagen we een kerk. Jochem riep dat dit Beaune moest zijn, maar ik moest hem teleurstellen: we waren nog maar halverwege. Tien kilometer hadden ons al meer dan een uur gekost, niet door onze benen, maar door de hitte, de vele drinkstops en vooral door de drang om steeds opnieuw stil te staan en te kijken.

We kozen wijselijk voor een ander plan: halt houden in Meursault. Daar vonden we een terras, waar een driegangenmenu ons energie gaf en een koele fles crémant ons verfriste. Na de maaltijd dwaalden we nog wat door de straten en belandden in de winkel van Jean Monnier. Een echte schat meenemen zat er door de hitte en de fietsen niet in, dus kozen we voor een eenvoudige chardonnay. Die zou later herinneringen oproepen aan dit moment.

Op de terugweg namen we een parallelweg, die dezelfde streek toonde maar telkens andere nuances. De zon brandde ongenadig, maar in de verte zagen we de molen van Santenay, en dat gaf ons vleugels. Toen we het dorp weer binnenreden, stond onze favoriete ober van gisteren alweer te wuiven. Alsof Santenay ons persoonlijk welkom heette.

We leverden de fietsen in en streken neer op het dorpsplein, met een grote fles bruiswater, twee glazen vol ijs en twee welverdiende biertjes. Daar telden we lachend hoe vaak we die dag al gezegd hadden hoe heet het was. Voor we teruggingen naar de camping, doken we nog even de wijnboetiek aan het plein in, een klein paradijs vol flessen uit Santenay zelf. Een paar gingen mee.

Die avond sloten we ons opnieuw aan bij de dames en trokken samen het dorp in. Er werden escargots geserveerd, steak tartare, kazen en wijnen die de avond lichter maakten. En zo eindigde dag twee, niet in stilte, maar in gelach en herinneringen die nooit helemaal zullen vervagen.

3.

De derde dag startte zoals de voorgaande, met zon die al vroeg het tentdoek verwarmde en de geur van vers brood die ons naar de boulangerie trok. Het ontbijt was eenvoudig, een baguette voor iedereen en voor sommigen een croissant erbij, maar het smaakte alsof de ochtend zelf ons ermee zegende.

Toch stond er iets anders op het programma. De honden, onze trouwe reisgenoten, hadden het moeilijk in de verzengende hitte en konden minder genieten dan we hoopten. En omdat de dames vandaag naar Lyon zouden trekken, moesten wij een eigen plan maken. Beaune lokte, haar naam klonk bijna als een belofte in de lucht. Na wat aarzelen besloten we het erop te wagen en te zien wat de dag ons zou brengen.

We slenterden door de straten, van schaduwzijde naar schaduwzijde, terwijl de honden met kwispelende staarten hun weg vonden. Voor een kleine boetiek stond een bakje water, voorzien van een bordje met de woorden premier cru dent de chien 2016. Het was een detail dat deed glimlachen, een speelse knipoog van het dorp zelf.

Verderop op de markt lokte een geurige époisses ons naar een kraam. In de warmte werd de kaas al snel vloeibaar, maar dat stoorde ons niet. Die avond zou hij veranderen in een eenvoudige, bijna romige fondue bij een stuk brood en een fles wijn.

Met de middagstilte van de Fransen voor ons uit besloten we neer te strijken op een terras. Daar maakte de wijn even plaats voor een Guinness. Slecht getapt, maar met zoveel dorst smaakte hij als puur geluk. Daarna wachtte ons nog één taak: een avondmaal samenstellen. Dat lukte meer dan goed. We kochten een prachtige Pommard Poutures Premier Cru van Domaine Philippe Delagrange, tournedos en gratin dauphinois. Alleen al het vooruitzicht gaf ons vleugels.

Terug op de camping gebeurde er iets waarvan ik de draagwijdte pas later begreep. Ik wilde mijn verhalen over wijn delen met de wereld. Tussen de wijngaarden en de geschiedenis van Santenay opende ik de eerste accounts. Daar, in de luwte van de heuvels, werd VinoVinWijn geboren.

De dag vloeide verder zoals alleen vakantiedagen dat kunnen. Wat kaas, wat wijn, wat gelach. Tot de Pommard werd geopend. Eén slok veranderde het terras in een podium van vreugde. De wijn was groots, verfijnd, een ontdekking die gedeeld moest worden. Onze Engelse buurman, die we tot dan toe slechts vluchtig hadden gesproken, werd uitgenodigd. Ik wilde hem slechts een glas aanbieden, maar nog voor ik het wist stond Jochem achter me met onze glazen en haalde de buurman stoelen tevoorschijn. Wat begon met een fles groeide uit tot een avond vol verhalen, sterren en verbondenheid.

Het werd donker en het avondmaal wachtte nog. De tournedos, de gratin en de kaas vulden samen de tafel, terwijl de wijn de laatste puzzelsteen legde. Het werd een feest van smaken, een maaltijd die niet alleen verzadigde maar ook verwarmde.

Na een korte wandeling onder de sterren was het tijd om terug te keren naar de tent. Morgen zou de laatste dag zijn, een dag van markten, rondkijken, tafelen en kletsen, een zachte afsluiter van dit avontuur.

Nog één laatste glas op de camping, nog één toost op de heerlijke tijd. Daarna de stilte, en de wetenschap dat we afscheid moesten nemen van Santenay. Wat bleef was rust, vreugde en verrijking. Zoveel geleerd, zoveel ontdekt en bovenal intens genoten.

Françoise et Denis Clair – Santenay AOC Clos Genet 2023 (Pinot Noir)

 42,75
SKU: CLAI23023
Categorie: